Van Astrologie naar Horoscopie

 

Opzet van de duiding

28.3

bladzijde 3 van 12

 

De Ascendant als ingang voor de duiding

Wanneer we de duiding vanuit het Ascendantpunt opzetten (9.3), werken we in een model dat losstaat van, niet onderworpen is aan Maan (9.2). De planeten werken in dit verband dan ook niet uit als driften in de wet van zeven (zoals we die al eeuwenlang kennen) maar als vertegenwoordigers (heren) van de twaalf individuele velden van ervaring, analoog aan de twaalf geprojecteerde Sterrenbeelden van de Aardse Zodiak (1.3).

Deze twaalf individuele velden zijn bepaald vanuit het Ascendantpunt (9.2) en zijn daarmee feitelijk een nadere uitwerking van dit punt. De heren van de huizen werken dan ook niet als persoonlijk, beeldvormende factoren (Maan), maar als potentiële werktuigen voor handeling (Ascendant). Met andere woorden, we beschouwen de geocentrische horoscoop nu vanuit de plaats van geboorte (21.3), met daarin de heren van de twaalf huizen als afgeleide functies van de heer van de Ascendant. Deze volgen dan ook dezelfde bewegelijkheid als heer 1 (9.3).

Gezien de unieke tijd-gevoeligheid van het Ascendantpunt kan hier alleen mee gewerkt worden wanneer het precieze tijdstip van geboorte bekend is.

Dit twaalfvoudige individuele ontwikkelingsveld gaan we nu (naast het persoonlijke krachtenveld dat onder beheersing staat van de Maan) nader verkennen door de mate van ordening en structurering erin na te gaan (16.1).

 

De tweede invalshoek

Zoals we zagen (9.2, 10.2) wordt heer 1 niet aangestuurd door driften, projecties, emoties en stemmingen. Deze zijn, net als de Maan, allemaal veranderlijk en feflecties van factoren om ons heen. In heer 1 ligt het vermogen om onafhankelijk van deze invloeden volkomen zichzelf te zijn. Hier is dan ook geen sprake van reageren op anderen of op de omstandigheden (28.2). Ook is er omgekeerd bij heer 1 geen sprake van een losmaken of afwenden daarvan. Voortkomend (9.2) uit de Ik-kracht (16.2) van het middelpunt is heer 1 authentiek zichzelf (3.1).

Als afgeleiden van heer 1 geldt ditzelfde nu ook voor de overige heren van de huizen (9.3). Zij worden hier niet meer opgevat als planeetkrachten in de wet van zeven, maar als een nadere twaalfvoudige differentiatie van het Ascendantpunt. Daarmee zijn de heren van de huizen net als heer 1 potentiele werktuigen voor handeling geworden, gedifferentieerd vanuit het Ascendantpunt. Als omtrek zijn zij een uitdrukking van het middelpunt (6.1). De inbreng van de heren wordt dan ook vanuit een eigen (niet-Maan) invalshoek benaderd. Daarin wordt uitgegaan van de analogie (9.3), als gelijkvormigheid, van dit individuele twaalfvoudige veld met de aardse Zodiak (15.2).

Omdat tot nu toe slechts op enkele plaatsen (*) deze invalshoek van de heren werd gebruikt volgen hieronder enkele voorbeelden van de opbrengst die een duiding vanuit de analogie kan opleveren.

 

Duiding vanuit de heren

Het vermogen van heer 1 is de basis voor de inzet van de andere elf vermogens. Daarmee heeft bij deze invalshoek heer 1 (net als eerder de Maan), een sleutelpositie in de duiding. We zullen als regel dan ook steeds uitgaan van de inzet van dit vermogen, dat ongeacht diens stand en aspectering steeds inzetbaar is.

Naast de standen van ieder van de twaalf heren in een van de twaalf huizen vormt met name de gelijkvormigheid van de individuele structuur aan die van de Zodiak, een aanwijzing voor iemands onderliggende (aanleg)structuur. Dit functioneert dan als automatisme.

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten, forum