Het aspect

 

25.8
bladzijde 8 van 8

 

Aarde en mens

Op eenzelfde wijze kunnen ook in het bewustzijn van een mens twee verschillende kwaliteiten actief zijn, in die zin, dat het centrale punt waar de straal van uitgaat naar de omtrek een andere kwaliteit heeft, dan dat waar de terugkerende straal weer in opgenomen wordt. Deze beide kwaliteiten zijn respectievelijk verwant aan de principes van Ariës en Pisces. Beide raken elkaar in het ascendantpunt. (10.2)

Naast Mars en Venus berusten ook het uitgaande en ingaande conjunct op deze kwaliteiten. In de hierna volgende tekst over "De aspectenleer" zullen deze conjuncties worden besproken.

 

Onderbouwing van de orb

De aspecten op de omtrek staan dus niet in verbinding met louter één middelpunt, maar eigenlijk met een middelpuntsvlekje. Zo beperken de aspecten zich ook niet tot één enkel punt in de Zodiak, waar zij manifest worden, maar vertonen zij aan de omtrek een zeker traject van toenemende en afnemende werkzaamheid.

Op grond hiervan kon de onderbouwing van de in de astrologie reeds bekende orb worden gegeven. Deze kwam in de vorige eeuw en werd gegeven door Leo Knegt. (*) Daarbij gaat hij uit van de stralenverhouding van de ellipsbaan van de Aarde (60 : 58) en vindt zo uit de wortel van het verschil tussen beider machtsverheffing

 

√(60²– 58²) = √(3600 - 3364) = √236 = 15,4

 

de orb van ruim 15°.

Daarmee kan de reeds empirisch gevonden orb van 7,5° ter weerszijden van het volle aspect, ook vanuit de fysische gegevens van de Aardbaan worden herleid en onderbouwd.

 

Dimensie en functie

Uitgaande van de astronomische feitelijkheid stelt Knegt dit aan- en aflooptraject van het aspect als de uiterste grens, waarbinnen de invloed van het aspect door de Aarde kan worden opgevangen. In het wortelverband van het concrete veld opent hij het werkzaamheidsgebied dat onder dat concrete veld ligt. In dit gebied kan hij daarop de gevoeligheidszone vaststellen waarbinnen een aspect uitwerkt.

 

Binnen het veld van de Aarde

Aangezien wij ons in dat aardeveld bevinden kunnen ook wij niets ondergaan dat buiten die grens ligt. Hoewel in ieder individueel geval het Ik op eigen wijze georganiseerd en gecentreerd is, kan toch alleen datgene dat in het veld van de Aarde uitwerkt ook doorwerken naar ons. Zoals we eerder bespraken geldt dit ook voor andere gebieden dan allen het concreet bekende gebied (zie 23.4.a over de data van Kerstmis) Aspecten kunnen dus eventueel een kleinere orb hebben, maar zekere geen grotere.

 

Andere referentiepunten

Naast de aspecten die uitgaan van de ingeschreven regelmatige lichamen in de cirkel worden in de astrologie ook andere referentiepunten gehanteerd. Zo kennen we onder andere anticipunten, parallelaspecten en aspecten tussen out-of-bounce planeten (*). De verbanden die hierin worden gelegd refereren naar een gelijke maar tegengestelde declinatie van twee betreffende planeten, of naar een combinatie van breedte en declinatie. Door de andere referentiepunten gaan deze aspecten uit van een andere werkmodel. In zo'n model is er sprake van een mensbeeld dat losstaat van het middelpunt. De bespreking van dit type aspecten valt buiten het bestek van deze site, The Innersky.

Samenvatting - aspecten als functie van de Maan

We kunnen dus zeggen dat

1 Alle aspecten die uitgaan van de middelpuntshoek ook een uitingsmogelijkheid van dat middelpunt zijn.

2 Ieder voor zich vertegenwoordigen deze aspecten een aanzicht van de Maan.

3 Zoals we inmiddels weten functioneert de Maan in gebieden met een autonome functie (25.4.a), als ook in het persoonlijk-psychische veld. Deze aspecten tonen hierin een tweeledig karakter

4 Als instrumenten van de Maan is deze tweeledige functie van de aspecten gebaseerd op hun vermogen tot wederkerige reflectie tussen het middelpunt en de omtrek en weer terug. Deze aspecten zijn alle, terugwerkend vanaf de omtrek, betrokken in de Ik-vorming.

5 Ten slotte blijken de bijdragende aspecten in het Ik-proces zelf met elkaar in een onderlinge ritmische reeks te staan. Daarin lopen zij in eerste instantie op hun aangrijpingspunt uit en in laatste instantie ook weer daarop in.

6. De maximum-orb van een aspect blijkt gerelateerd aan de uitgaande en ingaande boog van het Ik-proces.

Tot zover een samenvatting van deze voorbereidende beschouwing over het aspect.

-.-.-.-.-

 

literatuur, woordenlijst, inhoud per pagina, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten