Het aspect

 

25.2
bladzijde 2 van 8

 

De koorde

Een koorde in een cirkel is een rechte lijn, die twee punten op de cirkelomtrek met elkaar verbindt. De boog die hij onderspant correspondeert met de middelpuntshoek in het centrum. De spanning in de middelpuntshoek wordt dus op de omtrek omgezet naar koorde. Daarmee is de koorde aan de omtrek een directe uitdrukking van de hoek in het middelpunt.

In de cirkel van de Zodiak verbindt de koorde de zodiakale posities van twee planeten die met elkaar een aspect vormen. Hij onderspant dus de cirkelboog over het zodiakale traject van het aspect.

 

290

 

fig. 25.2.1: De onderspannen koorden a, b, c en d van de aspecthoeken van 60°, 90°, 120° en 180°.

 

Directe vertaalslag

De functie van de koorde moet niet worden verward met die van de straal. De straal is middelaar. Deze verbindt het middelpunt met de omtrek en vice versa. Hij kan pendelen (6.2). De koorde kan dat in zijn positie niet. Hij heeft dus niet die functie.

De betekenis van de koorde ligt in zijn lengte en plaats. Deze corresponderen met de grootte van de middelpuntshoek en met de richting waarin die hoek is uitgezet. Op deze manier vertaalt de koorde de spanning van de middelpuntshoek rechtstreeks (dus zonder middelaar) naar een lijnstuk op de omtrek.

 

Middels de koorde heeft de middelpuntshoek dus een eigen aangrijpingspunt op de cirkelomtrek.

 

Dimensies

De koorde staat altijd loodrecht op de straal (3.1.1). Daarmee functioneert hij niet in de dimensie waarin de straal werkt, maar in het gebied dat direct onder of boven het werkingsgebied van de straal ligt, dus of in dat van het middelpunt, of in dat van de omtrek. Er bestaan immers meerdere aanzichten - met even zovele kennisgebieden - van de ene werkelijkheid (25.2.a). In het geval van de koorde ligt zijn werkingsgebied aan de omtrek, wat inhoudt. dat hij anders dan de straal, nooit de functie van overdrager kan hebben (3.1.1).

 

De snaar

In onze speurtocht op deze site is de koorde een nieuw fenomeen. Hij dankt zijn naam aan het Franse "chorda" en het Engelse "chord", evenals het Spaanse "cuerda" en het Italiaanse "corda", die allemaal tevens snaar betekenen. Met deze naam komt nu ook zijn functie beter in beeld. Want in de beide omtrekspunten waarop de rechte koorde aangrijpt, wordt deze door de aspectboog opgespannen en gaat hij functioneren als snaar. Hij zet de omtrek rechtstreeks onder spanning. Op zijn eigen gebied brengt de koorde zo een toon voort met een trillingsfrequentie die overeenkomt met zijn lengte en boogspanning. Daarop resoneren in het regelmatige lichaam waartoe de aspecthoek behoort, de overige hoekpunten mee.

De toon is dus aan de omtrek een fysieke uitdrukking van het middelpunt.

 

Uitvoerder en uitkristallisatie

Geluid en tonen, in het algemeen alle trillingen, scheppen vormen. Feitelijk gaat aan iedere vorm, die in onze concrete wereld verschijnt, een geluid of gedachtetrilling vooraf.

In de aangrijpingspunten wordt de trillingsfrequentie van de koorde nu automatisch op de omtrek overgedragen. In de daar aanwezige materie kristalliseren daarop de bijbehorende vormen uit.

 

De koorde legt zijn trillingsfrequentie dus op aan de stof. We leren hem daarmee kennen als de rechtstreekse uitvoerder (dus zonder middelaar) van de spanning die in het middelpunt uitstaat.

 

Zo wordt aan de omtrek het aspect als vorm, als omstandigheid opgeroepen, werkzaam gemaakt. Deze omstandigheid draagt dan het karakter van de aspectvormende planeten in hun zodiakale posities.

 

 

literatuur, woordenlijst, inhoud per pagina, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten