De Zodiak

 

24.2

bladzijde 2 van 8

 

Schijnbare en functionele werkelijkheid

Naast het feit dat de aardse Zodiak geen fysieke gordel van sterren is, maar een projectie die uitgaat van de Aarde-zelf (1.2), blijkt nu dat er daarbinnen ook een projectie gaande is (24.1): In de astrologie interpreteren wij onze eigen positie aan het firmament als een zonne-eigenschap, terwijl wij in werkelijkheid die eigenschap vanuit onszelf op de Zon geprojecteerd hebben. Dit

 

iets-van-jezelf-op-je-omgeving-projecteren

is een bekend fenomeen in de psychologie. Zo ook het effect daarvan, waarin de uitgeworpen projectie per reflex inderdaad bepaalde daaraan gerelateerde gebeurtenissen tevoorschijn roept (2.1, 23.11). Zo wordt opnieuw duidelijk dat iets niet per se in het fysieke vlak aanwezig hoeft te zijn (23.1), om toch effect te hebben.

 

Decor

Hoe functioneert dit nu? Want, anders dan bij de planeetschillen rond de Aarde en bij het zonnestelsel als geheel, kunnen we de Zodiak niet opvatten als een energetisch veld. Want de Zodiak is geen veld dat wordt geordend, maar een ontworpen praktisch meetinstrument voor plaatsbepaling aan de hemel (1.2), en een astrologisch decor waartegen de planeten zich aan de aardse toeschouwer vertonen (11.2.a). Voor de astroloog heeft dit decor zoals bekend, ook inhoudelijke kwaliteiten. We weten echter nu dat de inhoudelijke betekenissen (weliswaar door Euktemon vanuit de siderische Zodiak overgedragen, maar ten slotte toch) door mensen als projectie zijn volgehouden, terwijl ondertussen, in de loop der eeuwen, de grond daarvoor uit beeld verdween (1.2). Wat bleef was alleen de projectie die vanuit de Aarde was uitgeworpen.

 

Manifesteren binnen een kader

1. Deze projectie blijkt nu zodanig te werken, dat het decor van een bepaald zodiakaal teken de voor iedere planeet specifieke kwaliteiten accentueert of juist verdoezelt.

2. Daarnaast vormt de Zodiak als geheel een twaalfvoudig kader waarbinnen de planeetkwaliteit zich langs die twaalf uitingsvormen in al zijn facetten kan tonen. Daarin ligt dan impliciet de veronderstelling besloten dat de twaalf tekens een gezamenlijke volledigheid vertegenwoordigen. Met andere woorden: Als de cirkel van de Zodiak opgevat kan worden als een volledigheid met een twaalfvoudige samenstelling, dan vormen alle tekens samen voor de daarin geprojecteerde planeten een cyclus van volledige kwalitatieve openbaring.

Dankzij dit door mensen uitgeworpen cirkelvormige kader, de Zodiak, kunnen dus niet alleen de efemeriden voor de planeetposities worden opgesteld, maar ook in kwalitatieve zin (gebaseerd op de cirkel als openbaringsvorm - 6.1) hun uitingsvormen worden aangegeven. Deze worden uitgedrukt in termen van de geprojecteerde zonnekwaliteiten, terwijl het eigenlijk een kwaliteit van de Aarde is (24.2).

 

Objectieve ophangpunten

De Zodiak is dus een door ons uitgeworpen kader (1.3), dat gebruikt wordt als kwantitatief en kwalitatief meetinstrument.

De schaalverdeling van beide metingen begint bij 0° Ariës en is nader verankerd in de vier zodiakale hoekpunten (15.2). Deze komen op hun beurt weer voort uit de vier fasen van de aardse omloop rond de Zon. Deze vier ophangpunten kennen we in de astrologie als de Solstitia en Equinoxpunten van de Zon in de zodiakale punten 0°Ariës, 0°Cancer, 0°Libra en 0°Capricornus, waarop de aard-as of ecliptica-vlak samenvalt met de stand van de Zon. In het dagelijks leven kennen wij deze punten als het begin van de seizoenen lente, zomer, herfst en winter.

Deze ophangpunten van de Zodiak zijn het rechtstreeks gevolg van de hellingshoek die de aardas met het vlak van haar omloopbaan rond de Zon maakt. Deze vier punten berusten dus niet op een uitgeworpen projectie, maar op een feitelijk astronomisch gegeven.

In astrologische zin vormen de betrokken tekens op deze vier hoekpunten samen het hoofdkruis van de Zodiak. Dit kruis heeft dus een objectieve basis.

 

De as van de Aarde

Zo wordt nu duidelijk dat de beide sferen rond de Aarde feitelijk vanuit de aard-as worden opgeroepen:

1. de sferische rangschikking rond de Aarde (14.2) gaat uit van de rotatie van de aardas,

2. terwijl de ophangpunten van de Zodiak voortkomen uit de hellingshoek die diezelfde aardas met het vlak van de aardbaan maakt.

 

Sleutelpositie en Anker

In het astrologisch werkmodel

 

neemt de roterende aard-as met zijn specifieke hellingshoek dus een sleutelpositie in: Deze ik-zegger (16.2) blijkt het anker te zijn waarop alle astrologisch inhoudelijke betekenissen en organisch samenhangende verbanden terug te voeren zijn.

 

Indachtig de loodrechte relaties tussen analoge (3.1.1 en 3.2 ) werkelijkheidsgebieden (9.2.b) kunnen we nu ook de cultuurzones die we op de reis over de Aarde ontdekten (14.1) objectiveren,

aardas

fig.24.2.1 Hellingshoek van de Aarde en de cultuurzones loodrecht daarop

Want, zoals in de bovenstaande tekening is te zien (fig. 24.2.1) blijkt de hellingshoek van de aardas te corresponderen met de gevonden cultuurzones terwijl deze hoek tevens middels de poolcirkel de opening naar andere gebieden van werkelijkheid geeft (15.3).

 

Verheffing

Vanuit de zodiakale ophangpunten van het Hoofdkruis komt ten slotte de relatie tot stand van de Zodiak met de planeten, want

 

In de vier hoektekens van de Zodiak staan, samen met de Zon, de drie buitenplaneten (18.3) in verheffing. Via de spiegel en octaaf werking (22.17) delen alle planeten in deze relatie. In deze bovenliggende, verheven dimensie is het Ik met zijn zelfbewustzijn dus in kwalitatieve zin op de aard-as aangeschakeld.

 

Zo krijgen we nu zicht op een geïntegreerd geheel van mens en Aarde binnen het Zonnestelsel, dat geheel in zichzelf functioneert. Voor het goede begrip omtrent het astrologisch werk is het dan ook van wezenlijk belang dat we het gegeven van dit

 

in-zichzelf-verankerde-krachtenveld

in beeld blijven houden.

 

Poorten van de Zon

Wanneer we hierna dus spreken van verschillende aanzichten van zonne-kwaliteiten, dan spreken we feitelijk over de verschillende posities en standen, die de aard-as in combinatie met de stand van de Zon ten opzichte van de baan rond die Zon door het jaar heen inneemt.

De vier genoemde samenstanden kunnen we dan ook opvatten als vier kosmische poorten waarlangs de Zon via de ingang van dat seizoen (aard-as of aard-baan) in een bepaald aanzicht in onze individuele sfeer kan binnenstromen.

 

Zonsopgang

Uit de toelichting die hier wordt gegeven mag blijken, dat wij door deze veranderde positie van de aard-as ten opzichte van de Zon in een voortdurend evoluerende relatie met de Zon staan, hetgeen maandelijks - en wellicht zelfs dagelijks - voelbaar is:

Via die dag-eigen positie van de aard-as verbijzondert de zonne-kwaliteit zich dagelijks naar de Aarde toe, en in iedere zonsopgang vindt die geëigende zonnekwaliteit zijn doorgang naar ons.

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten