De Zodiak

 

24.1

bladzijde 1 van 8

 

Overeenkomsten en verschillen

In het voorgaande hebben we een overzicht gekregen over de astrologische kwaliteiten van de planeten in ons zonnestelsel.

Het aanknopingspunt hiervoor vonden we in het energetisch veld van de Aarde (14.2), met de Aarde als middelpunt en plaats van waarneming. Op zo'n zelfde manier willen we nu ook zicht krijgen op de tekens van de Zodiak.

Want bij de Zodiak ligt het uitgangspunt immers ook bij de Aarde (1.2): ook voor de Zodiak is de Aarde het middelpunt en ook de plaats van waarneming.

Maar daarnaast zijn er ook verschillen (11.2.a): Want bij de planeten gaat het om concreet aanwezige en bewegende objecten in de ruimte, terwijl het bij de Zodiak niet om zo'n fysieke werkelijkheid gaat. De Zodiak is immers (1.3) een door onszelf ingesteld meetinstrument, dat ontworpen werd om onze waarnemingen aan de hemel te kunnen bepalen. (2.1) Daarmee rijst de vraag welke waarde we er dan in astrologische zin aan toe moeten kennen.

 

Twee centrifuges - twee velden

De Aarde voert twee bewegingen uit, die van rotatie rond de eigen aardas en die van de omloopbaan rond de Zon. Hiermee bevinden we ons in een meervoudig roterend krachtenveld. Want zowel bij de rotatie van de Aarde om haar eigen as, als bij de jaarbeweging rond de Zon is er sprake van een centrifugewerking. Zoals we zagen gaat deze uit van een centrum dat in zijn rotatie een sferisch gerangschikt veld om zich heen oproept.( 14.1, 15.2, 16.1) Echter op onze Reis over de Aarde was onze positie hierin anders dan in deze Reis om de Zon (13.8, 15.2).

 

Een nieuwe omtrek

Bij de reis om de Zon gaat het niet om een rotatie die van de Aarde uitgaat, en in de poolas culmineert tot onze vrije wil (15.4), maar om de rondslingering die de Aarde nu zelf in zijn omloopbaan rond de Zon ondergaat. Want op haar reis om de Zon is het de Aarde, en wij met haar, die op onze beurt tegen een omtrek aangeworpen worden. (16.1)

Vanuit de Aarde gezien lijkt het echter voor ons alsof het de Zon is die deze baan in een jaar doorloopt. (18.1) Maar de astronomische werkelijkheid is, zoals we weten, anders en de centrifugale kracht die de Aarde in zijn omloopbaan rond de Zon ondergaat, heeft een eigen uitwerking.

 

Een combinatie van middelpunt en omtrek

Zo zien we dat in de rotatiebeweging van de Aarde, de aard-as optreedt als centrum, als spil, terwijl in de jaarbeweging rond de Zon de Aarde onderworpen wordt aan de centrifugale rangschikking door de Zon (15.2). In haar omloopbaan rond de Zon ordent de Aarde dus niet haar eigen veld, maar wordt zij onderworpen aan de ordenende werking van de Zon.

Met andere woorden:

 

Vanuit de eigen rotatie staat (16.1) de Aarde (lees de mens) in zijn eigen middelpunt en kan hij zijn veld beheren en eventueel her-scheppen.(15.4)

In de omloopbaan rond de Zon daarentegen is hij ingeordend in het boven hem gestelde stelsel van de Zon. (18.1)

 

In de rotatie rond zijn eigen as is de Aarde een Ik-zegger (16.2) een ordenend en scheppend principe. In zijn omloopbaan rond de Zon is de Aarde een omtreksfactor: In het veld van de Zon is de Aarde onderworpen aan diens centrifugekracht en wordt, als een van de fracties (te weten: de planeten), ingeordend in het energetisch veld van de roterende Zon. De verschillende opvattingen, waarover ik in de inleiding sprak (1.0.1 en 1.0.2), zijn gerelateerd aan deze beide gezichtspunten.

 

Vermogen

Op de twee poolpunten vallen op Aarde het omtrekprincipe en het middelpuntprincipe samen. Dit samengaan geeft deze posities hun bijzondere potentiële vermogen (15.4). De positie van de Aarde in haar omloopbaan rond de Zon blijft echter beperkt tot alleen een omtrekspositie. Daarmee hebben de Zodiaktekens waar wij, vanuit de Aarde de Zon zien langstrekken, niet zo'n potentieel vermogen in zich; zij vormen louter een omtreksgegeven (16.1).

 

De Zodiak

Zoals bekend delen wij vanaf de Aarde gezien de omloopbaan van de Zon in twaalf gelijk segmenten (1.3); dit zijn onze tekens van de aardse Zodiak.

 

zon

 

fig. 24.1 De baan die de Zon in een jaar schijnbaar doorloopt noemen we de Zodiak.

 

In figuur 24.1 is te zien dat de Aarde in die periode van het jaar het teken Gemini achter zich heeft staan. Vanuit de Aarde zien we de Zon echter aan de overkant, dus schijnbaar in het teken Sagittarius. We zien de Zon dus altijd tegen de achtergrond van het tegenoverliggende zodiakale teken staan. Maar in werkelijkheid doorloopt de Zon geen baan: hij staat onveranderlijk in het centrum van zijn eigen veld; daarin is de Aarde één van de ingeordende fracties (16.1).

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten