De planeten buiten de baan van Saturnus

 

23.4

bladzijde 4 van 12

 

Een eerste algemene verkenning

 

Van levensbelang

Bij het verlies van deze "tegenkant van de ziel", gaat het dus om ons levensbelang. Feitelijk betekent dit het verlies van de relatie met het eigen innerlijk leven, of, zo men wil, met het onbenoembare in onszelf. In sprookjes wordt ook wel verhaald van de roof van de ziel, uitgebeeld door een waardevolle schat, of een ontvoerde en gevangen gehouden prinses, bij astrologen beter bekend als het Pars Fortunae (23.4.a). Hoewel de prins haar nooit heeft gezien, herkent hij de prinses onmiddellijk in haar portret. Hij weet ook meteen dat hij haar moet gaan zoeken en zich (opnieuw) met haar moet verbinden. Voor dit doel zet hij al het andere opzij; de verbinding is voor hem van levensbelang.

Enerzijds reikt het getoonde portret ons dus een complementair deel van onszelf aan, maar bij een transparante saturnale grens kunnen we zien dat we het op een diepere laag eigenlijk zelf zijn.

 

Twee soorten hulp

Op zijn zoektocht naar de gevangen prinses, of verloren schat komen diverse mysteriekrachten de prins te hulp. Zo komt bij Aladin op diens verzoek de geest van de lamp te voorschijn om als uitvergrote superkracht zijn meester met grote trouw te dienen. Hij heeft echter wel aansturing van de prins (lees: van het Ik) nodig. Van deze aard van hulp zijn in de mythen vele voorbeelden te vinden.

In andere sprookjes wordt de inzet van specifieke dieren of toverwoorden aangereikt om het doel te kunnen bereiken. Vaak geven deze hulpen tot verrassing van de eigenaar op eigen initiatief en op het juiste moment hun inzet, waardoor de jongeling, ondanks zichzelf, toch zijn onmenselijke opdracht kan volbrengen.

In deze uitvergrote dienaren evenals in de toverhulpen kunnen we de grondslag van de mysterieplaneten vinden.

 

Verplaatsen en handhaven

Met hun uitstralende en/of instuwende uitwerking brengen deze krachten het Ik onder een verhoogde spanning. Om zich hierin bijeen te kunnen houden moet het Ik zich bewust kunnen instellen op de nieuwe situatie (13.8 en 23.1). Want de krachten die op het Ik aangrijpen kunnen (zoals de psychische verstoringen laten zien) naast verheffend ook desintegrerend werken (13.7).

Algemeen gesproken werken de mysterieplaneten collectief of ont-aard uit. Want aan de "overkant" heersen nu eenmaal spanningen waar het Ik niet op is gebouwd en waar de redelijke overweging en beheersing van en door het Ik, niet meer functioneert.

 

Nogmaals grensbewustzijn

Inmiddels leert de ervaring dat de grens tussen twee gebieden tijdelijk kan worden opgeheven. Het Ik valt dan samen met de krachten in zijn achterland. Hierbij worden vaak geestverruimende ervaringen opgedaan, zoals bijnadoodervaringen (*). Maar na zo'n ervaring moet het Ik ook weer terugkeren naar het gewone leven van alledag, waar het persoonlijk-beperkte heerst. Daar valt het terug in zijn bekende onvermogen om te zien welke krachten er werkelijk spelen. Wil nu het Ik in een gezonde verhouding tot zichzelf blijven staan, dan kan de gecombineerde werking van Venus en Saturnus de innerlijke eenheid en benodigde beslotenheid weer helpen herstellen, terwijl de winst van de ervaring niet verloren gaat. Het Ik blijft dan doordrongen van het onverklaarbare dat werd waargenomen en gevoeld.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten