bijlage 22.18.a Holle en bolle spiegels bij

22.18 De Maan, of wat er besloten ligt in een Satellietpositie

 

 

Holle en bolle spiegels

 

Virtuele en Reële Beelden

Gebogen spiegels kunnen, al naar gelang de afstand van het voorwerp tot het brandpunt en het middelpunt, zowel virtuele als reële beelden laten zien. Deze gebogen spiegels geven dus zowel de - uit het dagelijks leven bekende - beelden, die schijnbaar achter het spiegelvlak staan, maar zij kunnen ook reële beelden geven, dus beelden die vóór het spiegelvlak verschijnen.

Gebogen spiegels bieden dus meerdere vormen van reflectie.

Bij de holle en de bolle spiegel zijn ieder zeven verschillende vormen mogelijk. (*) Hieronder zijn er daarvan twee weergegeven.

 

De holle spiegel

hol virtueel

fig. 22.18.a.1 Het virtuele beeld in een holle spiegel

Bij het virtuele beeld staat de persoon P tussen het middelpunt M van de spiegelkromming en het brandpunt F. Achter de spiegel ziet hij/zij een beeld B van zichzelf dat onder een vergrote hoek naar hem of haar teruggespiegeld wordt. De persoon staat hier niet in zijn eigen middelpunt, maar leeft in de zelfopvatting die hem wordt geboden binnen de invloedssfeer van deze omhullende spiegelwerking.

 

Bij het reële beeld staat de persoon P achter het brandpunt F en ook achter het middelpunt M van de spiegelkromming.

 

reel hol

fig.22.18.a.2 het reële beeld in een holle spiegel

 

De persoon staat hier dus buiten de invloedssfeer van de spiegel en kan deze gebruiken als instrument.

 

Overige spiegelingen

De overige spiegelingen in de holle spiegel ontstaan wanneer:

3. de persoon P oneindig ver weg staat. Het reële beeld B staat dan in het brandpunt F.

4. de persoon P in het middelpunt van de spiegelkromming staat; het reële beeld komt dan ook terecht in M. Het komt dus in conjunctie met het Ik.

5. de persoon P tussen het middelpunt M en het brandpunt staat. Het reële beeld ontstaat dan achter het middelpunt M.

6. de persoon in het brandpunt F staat. De stralen worden dan als een evenwijdige bundel teruggereflecteerd. Het reële beeld is daarmee oneindig ver weg en niet meer te bepalen.

7. de persoon (d.m.v. een andere spiegel) achter de spiegel is geprojecteerd. Het reële beeld ontstaat dan tussen de spiegel en het brandpunt.

-.-.-.-.-

 

De bolle spiegel

De persoon die in de bolle spiegel kijkt staat niet aan dezelfde kant als het middelpunt en het brandpunt. Daarmee ontstaat in de bolle spiegel van een reëel voorwerp of persoon altijd een virtueel beeld.

 

bol virtueel

fig 22.18.c Het virtuele beeld in een bolle spiegel

 

De persoon P krijgt in de spiegel een verkleinde weergave van de omgeving (en van zichzelf) te zien. Hij ziet de objectiviteit als een onderdeel van zijn eigen virtuele werkelijkheid. Deze spiegeling werkt dus altijd divergerend.

 

Overige spiegelingen

De overige spiegelingen in de bolle spiegel ontstaan wanneer:

2. de persoon oneindig ver weg staat. Het beeld staat dan in brandpunt F.

3. de (met behulp van een andere spiegel geprojecteerde) persoon tussen de spiegel en het brandpunt in staat .

4. de (virtuele) persoon in het brandpunt staat

5. de (virtuele) persoon tussen het brandpunt en het middelpunt staat

6. de (virtuele) persoon in het middelpunt staat

7. de (virtuele) persoon achter het middelpunt staat.

 

Deze vormen van spiegeling vertegenwoordigen alle bepaalde instellingen van de Maan, wier potentieel psychisch vermogen daarmee indrukwekkend is.

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten