Planeetprincipes als Ik-dragers

een eerste overzicht

 

19.1

bladzijde 1 van 1

 

Een zichzelf-scheppend Ik

In zijn afscheiding van de grote kosmische eenheid bepaalt het Ik zichzelf tot een plaatselijke en tijdelijke verschijningsvorm (11.1). De rotatie, die met deze zelf-stand-igheid samengaat, roept een eigen energetisch veld op met een daarbij behorende interne ordening (16.1), waarin alle planeten met hun aspecten een verschijningsvorm en voertuig zijn van het Ik.

 

Ik ontwikkeling

In de planeetvermogens in de opeenvolgende schillen rond de Aarde - met name in Zon en Saturnus - kunnen we inmiddels de uitwerking van de Ik-rotatie herkennen (16.1), die leidt tot het uitwerpen en ordenen van het persoonlijk energetisch veld. Ook is het duidelijk dat de vermogens van Zon en Saturnus niet rechtstreeks beschikbaar zijn (18.4), maar op een diepere laag in de ziel functioneren. Deze diepere vermogens moeten eerst de rijping van de beide bovenliggende, meer primaire (18.4) lagen van voelen en denken afwachten, voordat zij bewust inzetbaar zijn voor het volwassen beheer van het eigen veld. Want er is, zoals we al eerder zagen (6.2), voor elke ontwikkeling een veld nodig, waarin die ontwikkeling kan plaatsvinden.

 

Het veld en haar omtrek

Vanuit de omtrek, als uiterste grens van dit (zelf-uitgezongen 11.1) veld hoort het Ik de echo van zijn eigen trilling terug (6.2). Voor zijn existentiële zelfervaring heeft het Ik die grens nodig. Het (nog onrijpe) Ik bewaakt hiertoe zijn grenzen en houdt veranderingen in het veld met alle middelen tegen (17.2). Zo geeft het zichzelf een eigen bestaansrecht, terwijl het zich in dezelfde beweging isoleert en inwikkelt in een zelf-veronderstelde (18.5), zelf-geschapen wereld. Tegelijk speelt zich in dit veld de ontwikkeling af.

In deze kwaliteiten van afscherming, inwikkeling, controle en handhaving zien we weer het saturnale karakter van het Ik terug.

 

Twee grenswachters

Bij de grensbewaking van dit ontwikkelingsveld zijn zowel de Maan als Saturnus betrokken.

De Maan doorloopt in 28 dagen haar baan. Hiermee is zij het snelste hemellichaam rond de Aarde; alleen via deze schil kunnen andere invloeden de Aarde bereiken. Met haar snelle rondjes is de Maan daarmee de eerste controleur en grenswachter rond de Aarde.

De tweede grenswachter is Saturnus. Hij is de hekkensluiter van het (voor de mens) zichtbare deel van het Zonnestelsel.

Voor de uiteindelijke rijping van het Ik is de inzet van deze beide factoren nodig (18.5).

Als satelliet rond de Aarde heeft de Maan een astronomische feitelijke positie; Saturnus heeft de grenswachtersfunctie op grond van het beperkte menselijke gezichtsvermogen. Daarmee is Saturnus gekoppeld aan de menselijke maat en dus - voor degene die zich voldoende weet te verzamelen - ook passeerbaar, terwijl de Maan onder alle omstandigheden, haar positie ten opzichte van de Aarde (lees: de mens) houdt.

 

Zodoende hebben Maan en Saturnus ieder een eigen grondslag voor hun grenswachtersfunctie en daarmee ook ieder een eigen aangrijpingspunt (18.5) in de mens.

 

In het rijpingsproces van de ziel via voelen en denken naar het volwassen functioneren van het Ik, staan Maan en Saturnus dan ook in een voortdurende wisselwerking met elkaar.

Als grensprincipes bieden zij een eerste aangrijpingspunt voor het Ik van waaruit het zijn veld kan bepalen en zich erin kan herkennen. Tevens vormen deze beide grensprincipes afwisselend de scharnierpunten van het ontwikkelingsproces van het Ik.

 

Inwikkeling en ontwikkeling

We zagen al dat in de verschillende cultuurgebieden op Aarde het Ik-besef zich in verschillende vormen voordoet (14.1). Ook tussen individuele mensen zijn er verschillen in het functioneren van het Ik als integrerend beginsel en als Ik-besef.

Maan en Saturnus staan ieder voor een bepaalde factor in deze Ik-vorming en Ik-besef. In dit vormingsproces tot volle wasdom hebben zij beide een specifieke functie; in dat proces kunnen zij op cruciale momenten ook van rol wisselen.

 

Neumann

Voor een goede beeldvorming omtrent de processen die aan deze vorming van het Ik ten grondslag liggen, vind ik het werk van Erich Neumann zeer verhelderend. Neumann was een leerling van Jung. Zijn dieptepsychologische benadering kan ons dienen als referentiekader voor onze beeldvorming omtrent het proces van rijping en uitkristallisatie van het Ik.

 

-.-.-.-.-.-

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten