De functie en werking van het Ik

 

17.3

bladzijde 3 van 3

 

Tillen, opheffen en verheffen

Echter, het Ik kan de controlerende functie niet onder alle omstandigheden handhaven. Zijn eigen vermogen tot verplaatsbaarheid blijkt zijn achillespees te zijn. Want langs deze ingang is het, via de hypnose, mogelijk hem los te maken uit zijn eigen controlegebied, hem op te tillen. In die toestand komen de onderliggende vermogens in hun kracht, waarmee tevens de diepgrijpende invloed van het aanvankelijk verborgen Ik, aan het licht komt. Vanaf dat moment wordt de invloed van het Ik gekend. Na afloop van zo'n hypnotische opheffing zal het echter als vanouds z'n functie weer in het energetisch veld instellen.

Vooruitlopend op nog komende ontwikkelingen op deze site zij hier opgemerkt, dat alle vormen van opheffen en tillen bij Pluto horen; zoals we verderop zullen zien beheerst dit planeetprincipe ook de hypnose. Pluto blijkt de tegenkracht van het Ik te zijn, die niet alleen diens controle kan opheffen, maar die ook het Ik als zodanig, nu met behoud van zelfbewustzijn, boven diens bindingen kan verheffen. Op deze verheven Pluto hoop ik in een later stadium nog terug te komen.

 

Het onttroonde Ik

Hoewel het Ik zijn positie lang kan vasthouden, is deze dus toch niet blijvend: Eens (6.2) zullen de signalen van onze zintuigen het bewustzijn rechtstreeks aanraken; dit neemt dan het roer over. De absolute macht van het Ik is vanaf dat moment opgeheven; het krijgt een andere functie.

 

Het Ik als tijdelijk anker

Het Ik biedt ons dus een voorlopige opvatting omtrent onszelf. Gebruikmakend van onze psychische structuur, creëert het voor ons een zelfbeeld van waaruit we leven. Dankzij zijn vastheid en onverzettelijkheid biedt het Ik ons stabiliteit en steunt het onze zelfstandigheid. Het vormt een voorlopig anker voor ons Ik-besef.

 

De eerder gestelde vragen

We zijn nu bijna zo ver, dat we kunnen ingaan op het planetaire verband rond de Aarde. Dat betreft dan de derde vraag die na "De reis over de Aarde" in tekst 14.2 te voorschijn kwam:

Is een sferische rangschikking op te vatten als een organisch verband in zichzelf? En zo ja, zou dit dan iets kunnen zeggen over het geheel van de planeetconstellatie rond de Aarde?

Voordat we echter zo ver zijn, moeten we eerst naar de tweede vraag gaan kijken:

Kan in het analoge verband een sferische rangschikking rond de Aarde inderdaad iets zeggen over de in-een-bepaalde-schil ingeordende planeet en over diens inhoudelijke karakteristieken?

Want de planeten, die in het veld rond de Aarde zijn ingeordend, dragen bij aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de Aarde. Daarom werken we nu eerst verder aan de planeetbetekenissen, zoals die in dat veld tevoorschijn komen.

De vragen die in tekst 14.2 te voorschijn kwamen hangen echter zo nauw met elkaar samen, dat er regelmatig tussen hen heen en weer geswitcht zal worden, voordat we ze in hun samenhang volledig in beeld kunnen krijgen.

 

-.-.-.-.-

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten