De functie en werking van het Ik

 

17.2

bladzijde 2 van 3

 

Ik en psyche

Kennelijk gebruikt het Ik onze psychische beleving om zich ermee te camoufleren, te suggereren dat we als een authentiek persoon functioneren. Dit consolideert het Ik-besef en dient de integratie van het Ik en zijn omringend veld als een samenhangend geheel; daarbij is de waarheid van minder belang.

 

Integratie en controle

Toch is deze integratie, die na het hypnosevoorbeeld misschien wat bedrieglijk aandoet, één van de belangrijkste functies van het Ik. Want bij de vele tegenstrijdige tendensen die er in ons leven, is deze integrerende functie van vitaal belang. Waar deze faalt, kan de persoon geen Ik-besef in zichzelf verzamelen. Dit kan leiden tot storingen in de Ik-beleving en verbeeldingskracht, hetgeen ten slotte kan uitmonden in dissociatie.

Dankzij de integrerende werking van het Ik kunnen wij onszelf benoemen, ons oriënteren, afschermen, concentreren, initiatieven ondernemen en acties realiseren. Kortom, qe kunnen onze aandacht bewust richten.

 

De verplaatsbaarheid van het Ik

Het hypnoseonderzoek (*) toont aan, dat het Ik wel in het zieleveld aanwezig is, maar daarin geen vaste plaats heeft. Het kan zich vrij tussen de gebieden van voelen, denken en handelen bewegen.

Dankzij deze verplaatsbaarheid van het Ik kunnen wij ons bewust op één van die aandachtsgebieden instellen. Wij kunnen bijvoorbeeld zeggen: nu ga ik me eens gericht bezighouden met dit.., of met dat.. . Dankzij het Ik kunnen wij ons-zelf ervaren en de omgeving zien door onze eigen bril.

 

Zelfbewustzijn

In zijn controlerende functie bepaalt het Ik in verregaande mate wat er tot het bewustzijn kan doordringen en wat niet. Zo wordt het beeld dat wij van onszelf hebben, ons door ons Ik ingegeven. Vervolgens gaan wij er (min of meer vervreemd van onze inwezenlijke werkelijkheid) naar leven. Vanuit ons Ik roepen wij onze omgeving als spiegel om ons heen op.

 

Krishnamurti

Het Ik is dus eigen aan de mens, maar niet ieder mens heeft er in gelijke mate contact mee. J.Krishnamurti stelt echter dit Ik, met alle vertroebelende denkmechanismen, beelden, redeneringen en trucs, centraal. Met het doorzien van de verdedigingsmechanismen van het Ik, zo stelt hij, komt de mens tot objectiviteit, in verbinding met en tot zichzelf. (*)

 

Het Ik als boosdoener

Naast de beheersing en controle heeft het Ik talloze andere vermommingen. 

Om zijn zelfhandhaving te dienen kan het zich voordoen als ware het een-en-al souplesse. In een ander geval kijkt het graag “de andere kant uit”, of verdraait graag de feiten, om daarmee een confrontatie met de - voor hem bedreigende - objectiviteit te ontlopen. En omwille van zijn zelfhandhaving kan hij ook in de aanval gaan, als beste middel van verdediging.

Het Ik wordt daarom ook wel gezien als de grote boosdoener, als de oorzaak van alle agressie en depressie, de factor die alles tegenhoudt. En dat doet hij ook. Maar bij dit alles moeten we blijven bedenken, dat zijn functie voor onze ontwikkeling van vitaal belang is.

Naast de functies die al genoemd zijn (integratie, zelfhandhaving, onveranderlijkheid, controle) beschermt het Ik die kwetsbare kant in ons, die zichzelf nog niet zelfstandig kan handhaven. Deze bescherming realiseert het Ik met alle middelen die het ter beschikking heeft, oorbaar, of niet. 

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten