De betekenis van de planeten

als

exponent van de Aarde

 

18.4

bladzijde 4 van 5

 

De eerste schil - Mars en Venus

Voor het herleiden van de planeetbetekenissen beginnen we nu bij de schil die we in onze verkenning van het lichaam van mens en Aarde (14.2) als eerste aantroffen: bij Mars en Venus.

Vanuit de traditie staan deze beide bekend als respectievelijk de kracht van afstoting en van aantrekking; samen vormen zij (na de Maan) een eerste schil rond de Aarde. Deze draagt een emotioneel-gevoelsmatig karakter. Bij het zien van iets nieuws geven zij de eerste gevoelsmatige indruk van of wel aantrekking, of afstoting. Iets trekt ons aan of staat juist tegen. Hierin functioneren beide primair. Er zit nog geen redenering tussen; die komt later wel.

Mars, als eerste van de buitenplaneten, staat van oudsher bekend als de kracht die zich in zijn omgeving laat gelden en zich doorzet in anderen. Hij ontleent zijn zelfbewustzijn niet aan respectabele normen en waarden, maar ervaart zichzelf in de strijd met zijn omgeving. Hij maakt onderscheid, separeert, concurreert, haat, voert actie en verovert: Hij wil winnen en maakt zich de techniek eigen hoe hij dat kan bereiken. Hij staat voor fysieke moed en voor de instinctieve drang naar geopenbaard bestaan. Alle bekende eigenschappen van de oorlogsplaneet Mars kunnen hierachter worden gedacht.

Venus, de eerste van de binnenplaneten, wordt wel de sleutel tot dat drietal genoemd. Zij zoekt het gelijke, herkent en vindt zichzelf in de ander, komt tot verbinding zonder zich te laten gelden, of zich in een ander door te zetten. Venus verovert niet en kan ook niet veroverd worden. Zij is volmaakt zichzelf en ieder die in deze invloedssfeer deelt kan bij haar ook volkomen zichzelf zijn.

Als duo beheersen Mars en Venus samen onze acties, met alle tegenstrijdige motieven die eventueel daarin een rol kunnen spelen.

 

De tweede schil - Jupiter en Mercurius (Vulcanus)

Buiten de sfeer van Mars en Venus vinden we, ter weerszijden van de Aarde, de planeten Jupiter en Mercurius (Vulcanus). Zij staan respectievelijk voor het synthetisch en analytisch denken en vormen hiermee rond de Aarde de sfeer van de verstandelijke vermogens. Deze sfeer omvat zowel de Aarde als de gevoelssfeer van Venus en Mars. Beide planeten staan verder van de Aarde af en zijn in de mens dan ook niet primair beschikbaar. Maar bij een voldoende transparante gevoelssfeer kunnen hun vermogens in ons goed functioneren.

Jupiter staat achter Mars en geeft hem de motieven en redeneringen waarmee hij diens strijd kan helpen rechtvaardigen. Hij geeft ons aan wat binnen onze groep acceptabel is en wat niet, wanneer we erbij horen en wanneer niet meer. Hij heerst over de teamgeest, de sociale omgang, ons netwerk en al het wereldse succes dat daar mee verbonden is. Aaneensluiting,  onderlinge afstemming, welvaart en groei horen daarbij, evenals soepelheid en sportiviteit.

Heel primair staat Jupiter voor het kudde-instinct: Hij wil erbij horen, smeedt de samenhang in samenleving, in clubs en sportverenigingen, kerkgenootschappen, wetenschapskringen en denkbeelden en opvattingen in het algemeen. Hij herstelt het organisch verband, brengt genezing en geeft opvoeding. Zijn essentie is groei en ontwikkeling.

Mercurius (Vulcanus) voelt zich aangetrokken tot de waarheid. Hij gelooft niet zomaar iets. Hij onderzoekt en pluist uit, net zolang tot hij iets gevonden heeft dat zijn begrip verder helpt. Net als Venus is hij daarin volkomen zichzelf. Hij geeft de wetenschap diens waarheidszin en onafhankelijkheid. In de menselijke ziel is hij de enige factor die vrij is; hij is de prins of de jongeling die op zoek gaat, en die - tegen alle geaccepteerde denkbeelden in - het raadsel ontrafelt, het geheim blootlegt en zich daarover ook kan uitspreken, ook als dit niet strookt met de algemeen erkende zienswijze van de zittende machthebbers.

Als duo vormen Jupiter en Mercurius (Vulcanus) voor mens en maatschappij een ontwikkelingskwaliteit bij uitstek.

 

De derde schil - Saturnus en Zon

In het organische verband rond de Aarde staan Saturnus en Zon het verst van de Aarde vandaan. Analoog daaraan zijn zij ook het diepst in de menselijke ziel verborgen. Onder al onze gevoelens en onder alle kennis en projecties die we kunnen hebben, geven Saturnus en Zon een existentiële ondergrond, die los van alle begaafdheden in beide voorgaande schillen, daaraan wel een individueel aanzicht geeft.

Zoals al (18.1) werd beschreven staat Saturnus hierin voor de hekkensluiter. Alle bekende betekenissen die ons vanuit de traditie zijn overgedragen, komen in deze essentie te voorschijn. Ik noem hier het afsluiten, beperken, inkrimpen, de koude, het kristalliseren, het concentreren, het brandpunt, de zwaartekracht, het concretiseren, realiseren, de tijd, angst en het instinct tot zelfbehoud.

Hiermee is hij de tegenhanger van de Zon die staat voor straling, schepping, uitbreiding, morele moed, zelfbewustzijn, spilvermogen, royaliteit en warmte. Samen vormt dit duo de grondslag voor innerlijke stabiliteit, zelfrespect en geweten.

Hiermee is de planetaire samenhang in de schillen rond de Aarde in het kort geschetst (18.4.a).

 

 

De binnenplaneten - het Es

De binnenplaneten staan vanaf de Aarde gezien zó dicht bij elkaar dat het onderlinge vierkantsaspect nooit wordt bereikt. Zij kunnen de Aarde dus niet onder een conflictueuze spanning zetten. Als groep van de daghemel staan zij voor eenheid en licht.

Deze lichtkracht van de binnenplaneten staat al sinds de tijden van Plato bekend als het Goede, het Ware en het Schone. Zij zijn letterlijk niet los van elkaar te zien en naar analogie daarvan geldt dit ook voor hun inwerking in mensen.

 

De buitenplaneten - Het Ich

Het drietal aan de nachthemel wordt verbonden met de vitale natuurkrachten, die ons dienen in onze zelfhandhaving en voortbestaan. In de staatsinrichting zijn zij te herkennen als de wetgevende macht van Saturnus, de staatsideologie van Jupiter en de handhavende en uitvoerende macht van Mars. In het bestel hebben zij ieder hun eigen zelfstandigheid, maar maken toch gedrieën de identiteit van een land waar.

In de menselijke ziel vindt Saturnus als instinct tot zelfbehoud zijn uitvoerders in het groepsbesef van Jupiter en de drang tot zelfmanifestatie van Mars. Zo vormen deze drie in de menselijke ziel ook een groep met een instinctieve signatuur. Zij breken de eenheid van het Es op. Ook onderling strijden zij met elkaar om de voorrang in de ziel en aan het firmament komen zij vroeg of laat met elkaar in conflict. In de natuur is deze strijd voortdurend gaande.

 

-.-.-.-.-

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten