18.1.b

bijlage bij 18.1.a Levend Heelal

 

 

Wij leven in concentrische cirkels

 

bladzijde 1 van 1

 

Cirkels binnen cirkels

In het startartikel (1.4) vonden wij "Cirkels binnen cirkels" waarbinnen het beeld van de mens, binnen het kader van het astrologisch werkmodel, wordt uitgetekend. Wanneer de mens zichzelf daarin definieert als louter een biologisch fenomeen, dat bepaald wordt door de natuur en de wetten die daarin gelden, dan is het verhaal daarmee af.


Identiteit

Maar wanneer de mens zichzelf een bewustzijn toekent, zichzelf benoemt als een “Ik”, dan voert het analoge denken ons in de omgekeerde richting ook terug. Immers in dit astrologisch model, waar wij in het middelpunt staan van onze eigen sfeer, worden wij omvat door een grotere sfeer, namelijk die van de Aarde.

Volgens het analoge denken zou dan in het middelpunt van deze sfeer ook een centrum van bewustzijn aanwezig moeten zijn.  Met andere woorden, ook de sfeer om de Aarde, de Zodiak, kan worden gedacht te zijn uitgeworpen door een intelligentie die deze sfeer bezielt, vult met zijn leven.

Vervolgens zou in het middelpunt van de sfeer die daar weer omheen staat, de Dierenriem, ook een intelligentie aanwezig zijn die op zijn beurt weer deze grotere sfeer bezielt.

 

Bewustzijn

Vanuit de aanname van een menselijk bewustzijn voert het analoge denken ons zo naar het beeld van grotere omvattende sferen van bewustzijn, waarbinnen het onze zich bevindt. Deze voorstelling rolt voort uit onze aanname van een menselijk Ik.

Hoewel dit in materiële zin niet aantoonbaar is (17.1), impliceert het analoge denken deze omkering van de gedachte wel.

 

Groepsbewustzijn

Niet alleen voor onself, maar ook voor een groep kunnen we ons zo’n sferisch middelpunt indenken. Daarbij kan het gaan om een familieverband, buurtschap, sportvereniging of anderszins een onderlinge gelijkgestemdheid. De samenhang van de groep wortelt dan in de identificatie met een gemeenschappelijke factor, zoals de genetische, of sociale afkomst, of gelijkgerichte gedachten of belangen .

Feitelijk kan overal waar "Ik" (of "Wij") wordt gezegd zo'n omvattende sfeer ontstaan.

 

Bewustzijn en zelfbewustzijn

In sociaal maatschappelijke zin kennen we de werking van zo'n omhullende groepssfeer. Ik-zwakte kan gesteund worden door een groep als vervangende identiteit. Dit speelt bij ieder ontwikkelingsproces een rol: Binnen de omhulling krijgt een individueel bewustzijn de kans om uit te rijpen tot een eigenheid ten opzichte van zijn omgeving, waarna het zich emancipeert en individualiseert en ten slotte zelf als middelpunt kan gaan functioneren.

-.-.-.-.-.-

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten