Rotatie

 

16.1

bladzijde 1 van 2

 

As en wand - rangschikking en uitwerping

De Aarde is een draaiend lichaam. Om precies te zijn: zij roteert om haar as. Zoals we zagen (14.1) bewerkstelligt rotatie een specifieke ordening van fracties binnen het omringende veld. Met de centrifuge als werkvoorbeeld zien we, dat deze ordening mede tot stand komt dankzij de wand. Deze laatste speelt en essentiële rol. Want, zou de wand er niet zijn, dan zou de inhoud van de centrifuge eenvoudig weggeslingerd worden, uitgeworpen worden buiten de actieradius van de roterende as. De roterende as realiseert de sortering dus samen met de wand.

 

Zon en Saturnus

Lezers die bekend zijn met astrologie, zullen hierin zonder moeite de samenwerking van Zon en Saturnus herkennen. Daarin staat het zonneprincipe voor de centrale, roterende as, dat een veld om zich heen uitwerpt en het saturnale voor het grensprincipe, de wand. Middels deze beide principes kan ieder stelsel zijn inhoud ordenen, en het niet-eigene uitwerpen. Al naar gelang deze beide principes voldoende samenwerken, speelt zo'n ordening zich - immers analoog hiermee - ook in ieder van ons af.

 

De poolas

Nu treffen we op de poolpunten ten aanzien van dit wegslingeren en bijeenhouden een bijzondere situatie aan. Want op de polen vallen de as en de buitenomtek in één punt samen (5.3). Hier werpt de rotatie in theorie wel een eigen veld uit, maar de straal van dat veld is nul geworden. De aardas kan zich daardoor hier niet meer uitwerpen naar een omtrek; de roterende as blijft bij zichzelf. (13.8) Vanuit de roterende as vindt er dus geen manifestatie meer plaats op de omtrek. Zo is hier geen ordende activiteit aanwezig. Zoals we zagen biedt deze situatie nieuwe kansen (15.4).

 

Het draait en het staat

Echter, ordening is niet het enige effect dat rotatie met zich meebrengt. Naast ordening heeft rotatie nog een tweede effect:

Een voorwerp dat met voldoende snelheid om zijn as draait "staat". Het staat rechtop, zomaar, op eigen kracht. Het valt niet om. De draaiende bal op de vinger van de circusartiest, of de priktol van de spelende kinderen op straat, laten ons dit zien. Zo lang zij draaien staan zij overeind. Het draaiende voorwerp krijgt als het ware een onzichtbare verticale as (7.1); het lijkt een opwaartse kracht te hebben gekregen, tegen de zwaartekracht in. Hoe sterker de oprichting plaatsvindt des te groter is de kans dat de eigen her-ordening, die essentieel (3.1) geacht kan worden voor het mens-zijn, gerealiseerd kan worden (15.4). Dit maximaal innerlijk oprichten wordt ook wel de werveling of spankracht van het Ik genoemd.

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten