Rotatie

 

16.2

bladzijde 2 van 2

 

Nederlandse uitdrukkingen

Ook uit ons taalgebruik kunnen we opmaken, dat we aan rotatie een zekere invloed of kwaliteit toekennen. We kennen bijvoorbeeld de uitdrukking dat iets “draait” wanneer het goed functioneert.

En ook: wanneer we willen aangeven wat de kern is van de zaak, in welks licht we alle factoren moeten bezien, zeggen we:

“In deze zaak draait het allemaal om . . dit, of om . . . dat”. We kunnen een situatie ook onder druk zetten, bijvoorbeeld door een kwestie "op te schroeven" en de omgeving zo onder een hogere spanning te brengen.

Wijzelf kennen perioden in ons leven waarin we "op volle toeren draaien”, of andersom, waarin we "onze draai niet kunnen vinden". En een zaak of een huishouden kan "op iemand draaien"; zo iemand fungeert dan als "spil". Valt zo iemand weg, dan valt het centrum weg en wordt ieder op zichzelf "teruggeworpen".

Daarnaast kan ons psycho-fysiologische systeem als zodanig een manco vertonen. We kunnen dan "doordraaien", of "in onszelf rondtollen” of “vastdraaien”. Een ander kan ons ook de "grond in boren". In dergelijke traumatiserende situaties kunnen we onszelf kwijtraken, terwijl vreugdevolle voorvallen ons "uitzinnig" van geluk kunnen maken, of ons "buiten onszelf" van vreugde kunnen brengen. Ten slotte biedt de noordpool ons een standplaats waarin we (indien we naast het zelf-inzicht ook de moed daartoe verzameld hebben) ons Ik "op losse schroeven" kunnen zetten. (15.4)

 

De Ik-zegger en de satelliet

Wanneer een punt tot middelpunt wordt, of een as gaat roteren, wordt het zich middels zijn zelfgecreëerde werkveld (6.2) bewust van zijn omgeving en per reflex van zichzelf; het wordt als het ware wakker. Rotatie is feitelijk zo op te vatten als Ik-zeggen.
In tegenstelling tot planeten, draaien satellieten niet om hun as. Het kenmerk van een satelliet is dat hij geen eigen rotatie heeft. Hij bevindt zich in een baan rond een ander hemellichaam. Dat andere lichaam heeft wel een eigen aswenteling.

Bekende voorbeelden hiervan zijn de manen in de ringen rond Saturnus. Ook onze eigen Maan is een satelliet. Dit zal van belang blijken voor onze beeldvorming omtrent de Maan (zie ook de teksten 6.2, 7.2, 9.1, en de straks te presenteren integrale tekst over de Maan).

 

De werveling van het Ik

Door zichzelf rondom uit te gooien en tegelijk zijn actieradius af te palen, maakt het middelpunt het omringende veld tot het zijne. Hij brengt zijn ordening er in aan. Zonder rotatie functioneert de Ik-kracht niet (*) en zonder rotatie wordt er geen veld ingericht voor de eigen ontwikkeling en emancipatie.

Daar tegenover staat dat de rotatie zó krachtig wervelend kan zijn, dat de ene mens de ander letterlijk "uit het veld slaat". In zo'n situatie is het roterend vermogen van die ander onwerkzaam geworden en is deze zijn oriëntatie in zijn eigen veld kwijt.

 

Satellietrelaties

Een versterkte variant hiervan vinden we bij satellieten. Een satelliet is ingevangen in het veld van een ander roterend lichaam; hij is daar ingeordend op een vaste plaats, binnen het stelsel van die ander, temidden van andere, eveneens ingevangen en ingeordende, fracties.

Ook in menselijke en politieke verhoudingen kennen we dergelijke satellietrelaties. Zo fungeerden de staten rondom het vroegere communistische Rusland als "satellietstaten". Binnen de toenmalige politieke verhoudingen konden zij geen eigen koers uitzetten naar het westen. Anno 2017 werkt dit nog altijd na.

Ook in partnerverhoudingen, van welke aard dan ook, kunnen deze krachtverhoudingen zich voordoen.

In satellietverhoudingen geldt in het algemeen, dat de Ik-kracht, en daarmee de eigen ontwikkelingsmogelijkheden van de satelliet-partner, stil liggen, terwijl de roterende partner zijn wervelingen tot in het energetisch veld van de ander doorzet. Voor lezers die bekend zijn met astrologie zal het duidelijk zijn, dat in deze verhoudingen Uranus als grensoverschrijder, en Pluto als wilsoplegger actief betrokken zijn.

 

Referentiekader en zeggingskracht

Met het beeld dat we hier omtrent de werking van rotatie hebben gevonden is in deze speurtocht het Ik centraal komen te staan. Om nu op de functie van dat Ik goed zicht te krijgen, zal hierna ook vanuit de dieptepsychologie een toelichting op deze functie worden gegeven. Van hieruit zoeken we of er mogelijkheden zijn om het Ik en zijn Ik-proces ook in astrologische termen te benoemen. Mogelijk kan in dat samengetrokken, roterende en ordenende centrum een referentiekader voor de astrologische betekenissen van de planeten worden gevonden. Als dat mogelijk blijkt krijgen we de zeggingskracht van de astrologie gefundeerd in handen.

-.-.-.-.-

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten