Het lichaam van Mens en Aarde

 

14.2

bladzijde 2 van 2

 

Een ander aanzicht van de werkelijkheid

Er zullen nu wel enkele lezers zijn die steigeren. Anderen zullen tegenwerpen dat de afnemende zwaarte van de gerangschikte stof, hier betrokken wordt op fenomenen die zich helemaal niet in het stoffelijke voordoen. En inderdaad, het gaat in deze beschouwing niet om de fysieke eigenschappen van de planeten. De astrologie houdt zich niet met deze kant van de werkelijkheid bezig.

Waar gaat het dan wel om? Waar de astrologie stoelt op de Hermetisch Wet: "Zo Boven Zo Beneden", daar werkt zij met het analoge denken. Daarin gaat het niet om fysieke, meetbare planeeteigenschappen, maar om de plaats die de planeet inneemt in het veld rond een centrum en de functie die hij daarin heeft. Deze laatste kan worden afgeleid uit het analoge verband met gelijk geaarde velden waarmee hij (via een middelaar) verbonden is (zie tekst 3).

 

Het menselijk energetisch veld

En die analogie ligt al verrassend dichtbij. Het is immers niet nieuw als we zeggen, dat zich rondom de mens ook omringende lichamen van ijlere stof bevinden. Naast een fysiek lichaam, wordt ook van een gevoelslichaam en een verstandslichaam gesproken. Daarin wordt aangegeven dat er ook op de gebieden die wij subjectief noemen, gesproken kan worden van lichamen.(*)

 

Zwaardere en lichtere stof

Nu is de stof waaruit deze lichamen zijn opgebouwd, voor het gevoelsgebied zwaarder dan voor het verstandsgebied. Dit laatste gebied is vluchtiger en sneller, terwijl het gevoels gebied, dat geladen is met het vermogen mensen tot elkaar aan te trekken of af te stoten, zwaarder is en trager. Het gevoels gebied brengt bovendien een sterkere identificatie van het Ik met zich mee, dat daardoor aan dit gebied de meeste binding vertoont.

 

Sferische rangschikking

Wanneer we deze dingen in overweging willen nemen komen we voor de Aarde en de mens nu tot de volgende, analoge verschijningsvormen:

 

1. de zwaarste fractie - de tropen - ons fysieke lichaam,
2. de op één na zwaarste fractie - het mediterrane gebied - ons gevoelslichaam, of het astrale gebied,
3. de op één na lichtste fractie - de gematigde streken - ons verstandslichaam, of het mentale gebied,
4. de lichtste fractie - de poolstreek - het geïsoleerde Ik.

5. In deze analogie zou dan tenslotte de aardas het aangrijpingspunt zijn van het Ik, met in het middelpunt van de Aarde een daarbinnen verondersteld aanwezig bewustzijn.

Eigenlijk gaan we dus zo naar de Aarde kijken als ware het een levend lichaam. Dit is nieuw, maar het lijkt er ook op dat de analogie ongeforceerd vanuit meerdere disciplines tegelijk te voorschijn komt. Later zullen we zien dat deze sferische rangschikking direct gerelateerd is aan de hellingshoek van de aardas.

 

Planeetschillen rond de Aarde

Zelfs blijft het hier niet bij: Ook in de planeetschillen rond de Aarde komt deze analoge opbouw te voorschijn.
Immers, wanneer we op dezelfde wijze de rangschikking van de planeten rond de Aarde beschouwen, vinden we, uitgaande van de Aarde als fysiek lichaam, in de eerste planetaire schil om de Aarde de planeten Venus en Mars ter weerszijden van de Aarde. Deze planeten staan respectievelijk voor aantrekking en afstoting en vormen zo een schil rond de Aarde met een emotioneel-gevoelsmatig karakter. We noemen dat ook wel astraal.

Buiten de sfeer van Venus en Mars vinden we, ter weerszijden van de Aarde, de planeten Mercurius (Vulcanus voor WvA-astrologen) en Jupiter. Zij staan respectievelijk voor het analytisch denken en het synthetisch denken en vormen hiermee rond de Aarde de sfeer van de verstandelijke vermogens. Deze mentale sfeer omvat zowel de Aarde als de gevoelssfeer van Venus en Mars.

Als derde sfeer, die weer de beide vorige omringt, vinden we Zon en Saturnus tegenover elkaar, als zelfrespect en zelfhandhaving: de existentiële aangrijpingspunten voor het Ik.

 

Aarde en mens

Zo zien we om de Aarde heen eenzelfde sferische rangschikking te voorschijn komen als op de Aarde-zelf, terwijl beide ook dezelfde opbouw volgen, als de ijlere lichamen rond de mens. Deze gelijkvormigheid is opmerkelijk: zij dekt de - vanuit de traditie overgedragen - inhoudelijke betekenis van deze planeten.

 

Zo leidt onze verkenning ons nu tot de indruk, dat er op en rond de Aarde een stelsel van opvolgende sferen en krachten bestaat, dat op analoge wijze ook rond de individuele mens aanwezig is en werkt.

 

Weliswaar komt deze indruk uit onze beschouwing te voorschijn, maar tegelijk staan we hier ook oog in oog met een mysterie.

 

Vragen

Inderdaad geeft dit op meerdere manieren te denken.

1. Wat zou de diepere werking van rotatie kunnen zijn?

2. Kan in het analoge verband een sferische rangschikking rond de Aarde inderdaad iets zeggen over de in-een-bepaalde-schil ingeordende planeet en over diens inhoudelijke karakteristieken?

3. Is een sferische rangschikking op te vatten als een organisch verband in zichzelf? En zo ja, zou dit dan iets kunnen zeggen over het geheel van de planeetconstellatie rond de Aarde?

 

Deze vragen staan niet los van elkaar. Daarom gaan we ze in samenhang met elkaar verder verkennen.

 

-.-.-.-.-.-.-

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten