De horoscoopfiguur

 

8.1

bladzijde 1 van 2

 

Inleiding

In deze verkenning zijn we nu zover gevorderd dat we de opzet van de horoscoopfiguur kunnen bespreken. Hierbij zullen we de inzichten die we tot nu toe hebben kunnen verankeren stuk voor stuk gebruiken. Het gaat dan met name om het inhoudelijke aspect ervan. Want in het analoge denken gaat het om de samenhang van het geheel. De linkjes in deze tekst kunnen lezers van dienst zijn, die nog snel even terug willen kijken hoe het in de meetstelsels ook alweer zat. Maar voor het goede begrip is hetgeen hier op deze pagina wordt besproken, echt voldoende.

 

De opbouw stap voor stap

Om ons een idee te kunnen vormen van de opbouw van de horoscoopfiguur, gaan we eerst even terug naar de meetstelsels. We weten inmiddels dat de drie meetstelsels onderling een analoge opbouw vertonen: In hun inrichting is steeds in drie elementen voorzien, die een aan elkaar analoge functie hebben (7.3 ). In ieder van die stelsels worden waarden gemeten die voor de horoscoopfiguur bepalend zijn. Uitgangspunt hiervoor is het Zuidpunt.

 

Het Zuidpunt

Voor onze persoonlijke horoscoop gaat het om de hemelsituatie op een bepaalde plaats en tijd. Deze zijn verankerd in het zuidpunt. Om dit punt te vinden stellen we ons voor, dat we in een open veld staan met het gezicht naar het zuiden. Recht boven en onder ons bevinden zich ons eigen zenith en nadir.

Door nu vanuit ons zenith een denkbeeldig vlak voor ons uit te denken, door de symmetrie-as van ons lichaam (dus door onze neus heen naar voren) en dit punt in het zuiden op de horizon te laten neerkomen, projecteren we ons zenith in de verte voor en achter ons op de horizon. Dit zijn het zuidpunt en het noordpunt. (figuur 8.1.1) .

Deze punten zijn bepalend voor de horoscoop: de tijd en de plaats van waarneming worden in het horizonstelsel in die punten verankerd.

fig. 8.1.1 Projectie van de verticale lichaamsas in het zuidpunt en noordpunt op de horizon

 

Onderworpen aan tijd en plaats

In deze eerste projectie is er nog geen sprake van zodiakale posities van huizen of planeten. Wel zijn de kenmerken van het punt, de plaats van waarneming, waar wij op het horizonvlak staan, uit-één-gezet, gepolariseerd, en overgebracht naar de beide punten op de horizon. Vanuit onze plaats van waarneming heeft het middelpunt (wijzelf) zich dus in deze twee punten op de horizon kenbaar gemaakt. Hiermee is het geïndividualiseerd. De gnomon (3.2) heeft zijn schaduw uitgeworpen.

 

Overgang tussen de meetstelsels

Deze vorm van projectie maakt het mogelijk ook alle andere hemelfactoren vanuit de ruimte "op te pikken" en in een van de meetstelsels over te brengen. Voor de opzet van de horoscoopfiguur is nu het volgende van belang:

 

Wil het individuele (het zuidpunt in het horizonstelsel) uitgedrukt kunnen worden in termen van het cosmische (het lambda-z in het eclipticastelsel) dan moeten die beide meetstelsels in elkaar kunnen overgaan.

 

Als middelaar hiervoor is met name het equatorstelsel (waardoor het zuidpunt in het alpha-z wordt aangegeven) bij uitstek geschikt, omdat dit stelsel zowel het horizonvlak als het vlak van de ecliptica in zich heeft.

3 vlakken.ned

figuur 8.1.2 De drie vlakken waarin de projectie van het zuidpunt vanuit het horizonvlak op equator en ecliptica wordt geprojecteerd in alpha-Z en lambda-Z

 

Immers: Het equatorstelsel valt enerzijds samen met het horizonstelsel in de as Oostpunt - Westpunt, en anderzijds met het eclipticastelsel in de as 0° aries - 0° libra.

 

Kwaliteiten

Het equatorstelsel koppelt zo op alle tijden van de dag de individuele sfeer aan de cosmische. Bij de opzet van de horoscoop is het zuidpunt hiervoor het uitgangspunt.

Naar hun referentie wordt het eclipticastelsel ook wel de zonnesfeer genoemd, het horizonstelsel de sfeer van de ascendant, terwijl aan het equatorstelsel, als middelaar, weer maankwaliteiten worden toegekend.

-.-.-.-.-.-

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten