Wat de horoscoop uitbeeldt

 

9.2

bladzijde 2 van 2

 

4. De Ascendant - geest in stof

Hoewel de horoscoopfiguur een uitdrukkingsvorm van het middelpunt is, die alleen als schijnvorm zeggingskracht heeft, is er één punt in de figuur, dat daarop een uitzondering vormt, namelijk het ascendantpunt.
Hiervoor moeten we ons het volgende realiseren: De horizon (waar de Ascendant per definitie op ligt 8.1.c) is een positiecirkel: Net als de andere positiecirkels is hij verbonden met het noord- en zuidpunt op de horizon en valt zijn middelpunt samen met dat van de hele figuur. Maar het vlak van de horizon is niet alleen een maanvlak zoals de andere positiecirkels. Naast een projectieboog, is hij zelf ook een factor in de horoscoop. Immers in zijn snijpunt met de ecliptica vinden we het ascendantpunt (8.1.c).

 

Het horizonvlak heeft dus een dubbelfunctie: Het bepaalt een horoscoopfactor en draagt deze tevens zelf over op het vlak van tekening. Daarmee heeft ook de het ascendantpunt zelf een dubbelfunctie:

 

Het ascendantpunt vormt de ingang naar de omringende objectiviteit en is tegelijk het meest individuele punt in de horoscoop. Want als enige factor in de horoscoop beweegt het uiterst gevoelig mee met kleine veranderingen van plaats en tijd. Waar de zodiakale waarden van de planeten gedurende een dag niet sterk verlopen, doorloopt de ascendant in één etmaal de hele zodiak. Per breedtegraad op aarde verloopt deze route bovendien in verschillende tempo's.

 

Deze zeer gedifferentieerde bewegelijkheid maakt het ascendantpunt tot het meest individuele punt in de horoscoop.

 

Zo bezien is een exacte geboortetijd essentieel voor het maken van een correcte horoscoop.

Vanuit zijn andere komaf levert het ascendantpunt dus een specifieke eigen inbreng. Als snijpunt van ecliptica en horizon vertegenwoordigt dit punt het principe van de directe openbaring van de geest in de stof. Temidden van de overige projecties in de figuur, realiseert het onze individuele presentie.

De astrologen Janduz en Charubel hechtten dan ook zoveel waarde aan dit punt, dat zij hiervoor, onafhankelijk van elkaar, per graad een duiding gaven. (*)

Omdat de Ascendant deel heeft aan de beide vormen van uitwerping van het middelpunt, kan het vanuit het ene veld - de gepolariseerde projectie - doorgang bieden naar het andere - de alzijdige openbaring en Omen-astrologie (1.2 en 7.1).

Dit wordt nog eens verbijzonderd, wanneer in de lente en de herfst het ascendantpunt samenvalt met het oostpunt op de horizon. Op zo'n moment is de horizoncirkel als projectieboog niet meer werkzaam. Via de ascendant kan dan dus de openbaring van de geest in de stof direct - d.w.z. buiten het Ik om - uitwerken, waarover later meer.

 

5. Verbinding met het objectieve

De waardevrije objectiviteit op de cirkelomtrek, die aanvankelijk (zie punt 1. in tekst 9.1) door de uit-één-zetting van het middelpunt buiten beeld leek te raken, blijkt via de ascendant dus weldegelijk te zijn aangeschakeld aan de horoscoopfiguur. De figuur komt weliswaar tot stand dankzij polarisatie en projectie, maar haakt in het ascendantpunt opnieuw aan op de alzijdige niet-gepolariseerde uitwerping van het middelpunt (7.1 ).
De ascendant realiseert zo het contact van de subjectieve ervaringswereld (waarvan de Prime Verticaal een uitbeelding geeft - 9.1) met de waardevrije objectiviteit, de buitenwereld. Middels dit contactpunt wordt die objectiviteit toegankelijk voor analyse.

Uiteraard heeft zo'n analyse alleen zin, wanneer de verdeling van het huizenframe ook in datzelfde ascendantpunt is verankerd.

 

De overige huizengrenzen worden gevormd door gewone positiecirkels. Zoals gezegd zijn deze laatste maanvlakken; van een dubbelfunctie, zoals we die bij het horizonvlak zien, is dan geen sprake.

-.-.-.-.-.-

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten