Projectie

 

7.1

bladzijde 1 van 4

 

Inleiding

In het voorgaande hebben we gezien hoe uitwerping-van-binnen-uit het ongekende kenbaar kan maken. Voor onze speurtocht naar de zeggingskracht van de horoscoop is het nu belangrijk deze uitwerpingsprocedure goed in ons op te nemen. De horoscoop wordt immers opgezet vanuit onszelf als middelpunt (5.2). Daarmee wordt het voor onze vraag belangrijk om te weten hoe de horoscoopfiguur vanuit dat middelpunt tot stand wordt gebracht. Hiervoor moeten we iets meer weten van projecties (5.2) zoals die in de meetstelsels wordt toegepast.

 

Werpen

Voor plaatsbepalingen van astrologische (en astronomische) elementen werken we met projecties. Het woord zelf geeft de essentie al aan:

Het woord projectie wordt in verband gebracht met "werpen". De stam "ject" treffen we ook aan in het franse woord "jeter" hetgeen ook werpen betekent.

Er zijn verschillende vormen van "werpen". Zo is er het

ob-ject, dat het tegengeworpene, of voor-werp betekent,

en het sub-ject dat het onderworpene, of onder-werp betekent.

Daarnaast kennen we ook e-ject, het uitgeworpene, in-ject, het ingeworpene en ab-ject, het verworpene.

Pro-ject-eren betekent letterlijk vooruitwerpen. Zo kun je een idee dat in je leeft, en waar je je een voorstelling van maakt, voor je uit werpen, er een project van maken, het realiseren. Ook een hemellichaam kun je vanuit de ruimte in het vlak van tekening werpen, het er op projecteren.

 

 

Twee vormen van uitwerpen

Er zijn twee manieren waarop een middelpunt een projectie van zichzelf kan uitwerpen:

  1. Ten eerste als een uitgooi rechtstreeks vanuit het middelpunt naar de omtrek, zoals we zelf een cirkel tekenen met behulp van een passer. Hierin deelt het middelpunt zich middels de straal in alle richtingen in gelijke mate mee, waarmee de omtrek te voorschijn komt als een zuivere cirkel.

  2. Ten tweede vanuit een opgezette, gepolariseerde centrale as. Hierop zet het middelpunt zichzelf als het ware uitéén in twee tegengestelde polen. (fig. 7.2) Het middelpunt treedt dan - voor het tot uitwerping overgaat - eerst op de centrale as in de dualiteit; daarin is de ene pool tegengesteld geladen aan de andere. Wederzijds openbaren zij zich ten opzichte van elkaar. Door de projectiebogen vanuit noord- en zuidpunt komen hier de fenomenen op de omtrek te voorschijn.

 

Twee vormen van openbaring

De aard van deze beide vormen van uitwerpen verschilt fundamenteel:

1. In het eerste geval gooit het middelpunt zichzelf zonder voorafgaande polarisatie, in het tweedimensionale platte vlak naar buiten.

2. In het tweede geval richt het middelpunt zichzelf in een derde dimensie op een verticale as op en maakt zich middels projectiebogen op de omtrek kenbaar.

 

Uit de eerste projectie spreekt een alom tegenwoordigheid, waarin het middelpunt (lees: bewustzijn) zich op de omtrek openbaart in ontelbaar vele verschijningsvormen, bijvoorbeeld in de schepping.

De tweede vorm van projecteren wordt gerealiseerd vanuit een voorafgaande uit-een-zetting van het middelpunt in twee polen, waarop het middelpunt zijn identiteit overdraagt. Hierin ontleent de ene pool zijn identiteit aan het niet-verenigbaar-zijn met de andere. De projectie komt hier - via de projectiebogen als middelaar - tot stand uit de opgezette poolpunten en kan zo een geïndividualiseerde verschijningsvorm tot uitdrukking brengen.

Middels de eerste wijze van projecteren komt de natuur in al zijn volheid (en symbiose) tevoorschijn, zonder zichzelf te kennen.

Deze niet-geïndividualiseerde uitbeelding hoort bij de Omen-astrologie (1.2) .

De tweede wijze van projecteren komt tot stand vanuit een vooropgezette uit-een-zetting en kan zodoende ook terugleiden tot besef van het vóóronderstelde, afgescheiden Ik.

 

Andersom

Uitgaande van de geopenbaarde vorm kan het omgekeerde natuurlijk evenzo gelden: Wanneer we een fenomeen, dat we als vorm op de omtrek waarnemen, in zijn essentie willen kennen, dan moeten we de oorsprong terugvinden waaruit het is voortgekomen. Met andere woorden, we moeten dan weten waar het middelpunt ligt van de cirkel, op welks omtrek dat fenomeen verschenen is.

-.-.-.-.-

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten