Analogie in de meetstelsels

 

5.1

bladzijde 1 van 4

 

Drie sferen plus één

Met het voorgaande in gedachten zetten we nu onze verkenning van het astrologische werkmodel voort. In dit model zijn meerdere analoge sferen om ons heen uitgezet.

Als eerste is dat de sfeer van de grote Dierenriem. Zoals we zagen (1.2), biedt deze onvoldoende houvast om in een coördinatenstelsel te functioneren.

Daarom werden van die grote dierenriem drie nieuwe sferen afgeleid:

 

1 De sfeer van de Zodiak, bedoeld om als evenbeeld van de grote dierenriem en ook wel de zonnesfeer genoemd.

2 De sfeer van de Equator, ook wel de aardesfeer genoemd.

3 De sfeer van de mens op zijn plaats van waarneming, ook wel de individuele sfeer genoemd.

 

Ieder van deze drie sferen dienen ons als meetstelsel. Daarin is de sfeer van de Zodiak primair, terwijl de sferen van de Aarde en de mens afgeleiden daarvan zijn.

 

Meten, objectiveren en projecteren

Vanuit deze stelsels worden de planeetstanden in de efemeriden aangegeven. De astroloog, maar ook de zeeman op zee, die zijn positie wil bepalen maken hiervan gebruik (1.3).

Dankzij deze meetstelsels kan de subjectieve mens zijn plaats op Aarde objectiveren in termen van die stelsels.

 

Analoge opbouw

Deze drie meetstelsels (hier kun je ze alle drie bekijken) vertonen een onderlinge analogie, zowel in hun samenstellende elementen als in de wijze waarop die elementen zich tot elkaar verhouden.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten