Het analoge denken

 

3.3

bladzijde 3 van 3

 

Onderzoek naar stelsel gerelateerde fenomenen

Onderzoek in termen van het analoge denken vraagt natuurlijk om een andere inrichting dan het gangbare onderzoek. De opbrengst van zo'n onderzoek zal ook anders van aard zijn. Absolute wetten die verbanden beschrijven tussen verschijningsvormen kunnen er niet uit te voorschijn komen. Immers de schaduwen kunnen in vorm verschillen en toch voortkomen uit hetzelfde gnomon evenals het omgekeerde het geval kan zijn: twee dezelfde schaduwvormen, bijvoorbeeld een rechte lijn, kunnen op hetzelfde moment en plaats gerelateerd zijn aan twee verschillende gnomons, al naar gelang hun posities ten opzichte van de invallende zonnestralen.

Zo bezien kan uit de vergelijking van twee gelijke standen die betrokken zijn uit twee verschillende horoscopen niet dezelfde conclusie worden getrokken.

 

Receptenastrologie

Wie hierop eenmaal wakker is komt voor individuele duidingen vanzelf terug op het gebruik van de zogenaamde receptenastrologie. Deze baseert zich immers alleen op die verschijningsvorm, de planeetstand in huis en/of teken, en gaat voorbij aan de constellatie als geheel.

 

Want iedere horoscoop is een onafhankelijke verschijningsvorm met eigen evidentie.

 

Treffers en missers

Zeker heeft de astrologie naast treffend goede duidingen ook complete missers op haar naam staan. Met de ervaring van het eerste feit raken mensen gefascineerd en blijven zij met de astrologie werken. Met het tweede feit wordt de astrologie uitgedaagd en ter verantwoording geroepen om bewijzen voor haar gelijk aan te dragen. En dat is ook terecht.

Echter, al heel gauw wordt dan het causale denken in stelling gebracht: grote aantallen horoscopen die op een bepaald punt overeenkomen moeten het bewijs gaan leveren dat de critici kan overtuigen. Maar er bestaan geen grote aantallen gelijke horoscopen. Iedere horoscoop is een eenmalige constellatie, waarin alle factoren weer op een nieuwe manier op elkaar betrokken zijn. Vergelijkingen gaan daardoor altijd mank en zijn, ook bij positief resultaat, aanvechtbaar.

 

Bewijsvoering of niet

Maar is in het analoge denken de vraag naar een bewijs wel op zijn plaats ? Het stoelt immers op een wetmatig verband (3.1):

 

Uitgaande van het ene, bekende verband, staat niets de duiding van het andere, het hiermee analoge verband, in de weg.

 

Van hieruit kunnen we beter zien hoe we met de vraag naar verantwoording omgaan.

Als het geval zich voordoet dat een duiding niet overeenkomt met de werkelijkheid, dan is dat naar mijn mening niet omdat astrologie geen waarheid in zich zou dragen, maar simpelweg omdat wij als astrologen nog lang niet alles weten.

En dat is niet te verwonderen: Sinds de Verlichting heeft de astrologie niet hetzelfde ontwikkelingstraject kunnen doormaken als de andere kennisgebieden. Daarmee ligt er het feit dat er aan een goed getrainde denkdiscipline, zoals die in andere takken van wetenschap vaak wel wordt aangetroffen, in astrologische kringen nog gewerkt moet worden.

 

Objectivering en artefacten

Dat neemt niet weg dat het voor de communicatie met anders denkenden in de buitenwereld van nut kan zijn om een aanpak van onderzoek te ontwerpen, die aansluit bij de aard van het materiaal en het werkmodel van de astrologie. Het is de moeite waard om na te gaan of dit (ook bij n = 1) mogelijk is.

Onder astrologen-zelf wordt de behoefte aan bewijsvoering eigenlijk niet dringend gevoeld. Iedere horoscoop staat immers op zichzelf en onderlinge vergelijking van één - uit meerdere horoscopen - geïsoleerd element brengt al gauw het risico van artefacten met zich mee.

Desalniettemin zou het voor de astrologie goed zijn als zij helderheid brengt in haar eigen referentiekaders en haar criteria zou willen objectiveren.

 

Andere vormen van denken

Zonder volledig te willen zijn noem ik hier ook enkele andere vaak gehanteerde denkdisciplines. Want naast het causale en analoge denken kennen we o.a. ook de fenomenologie, de synchroniciteit en het associatieve denken.

In de fenomenologie is de vorm het uitgangspunt voor de waarneming en inhoudelijke kwaliteit. Hier wordt bijvoorbeeld iemands lichaamsbouw typisch geacht voor een bepaald temperament. Het associatieve denken wordt vooral bij de duiding van sprookjes en dromen gehanteerd. Hierin is de subjectieve evidentie bepalend, terwijl bij synchroniciteit de gelijktijdigheid als aanwijzer geldt.

 

Uitgangspunten en conclusies

Ieder van deze denklijnen hanteert een eigen pakket van wetmatigheden. Deze pakketten stoelen ieder weer op een eigen werkelijkheidsopvatting en eigen axioma's.

Hoewel het menselijk brein in staat is tot belangwekkende ontdekkingen, kan zij toch niet meer dan dat: zij kan wetmatige verbanden ontdekken, maar deze niet zelf vervaardigen, niet creëren: Binnen het opgezette denkkader (met axioma's) is impliciet alles al aanwezig en het eindresultaat keert altijd terug naar het vooraf ingenomen uitgangspunt.

Wil men dan ook aan het eind van een onderzoekstraject tot een heldere conclusie kunnen komen (0.4) dan is het zaak om de eenmaal ingezette denklijn consequent vast te houden en niet halverwege uit te wijken naar andere lijnen en redeneringen, ook al lijkt die werkelijkheidsopvatting soms nauw verwant te zijn aan de onderhavige. (*)

 

Identiteit en zeggingskracht

Uitgaande van de tot hier toe gevonden verbanden binnen de astrologie, wil ik nu met behulp van het analoge denken de mogelijkheden verder gaan verkennen. Mogelijk kunnen we dan in de horoscoop zicht krijgen op kwalitatieve identiteiten en hun zeggingskracht nader benoemen.

Als basisgegeven zullen de fysieke feiten dienen, zoals die tevoorschijn komen in de drie (hierna te bespreken) meetstelsels. Op grond van de hiervoor genoemde wetmatigheid (1.4) kunnen we bij de beschouwing van deze stelsels eigen blijven aan de werkinrichting van de astrologie en daarmee het ontstaan van eventuele artefacten wellicht vermijden.

Het gehanteerde denkkader kan bovendien een objectieve toetssteen bieden voor het herkennen van mogelijke eigen subjectieve projecties.

-.-.-.-.-

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten