Het analoge denken

 

3.1

bladzijde 1 van 3

 

Inleiding

Zoals we hiervoor zagen (2.1) speelt in het werkmodel van de astroloog het analoge denken een belangrijke rol. Deze wijze van denken is niet nieuw: sinds Pythagoras (*) kennen we het begrip analogie. Vele lezers zullen er dan ook wel mee vertrouwd zijn. Maar voor het bepalen van de gedachten noem ik hier nog even enkele kenmerken.

 

Het analoge verband

Een analoog verband betreft niet de gelijkheid van twee fenomenen in hun vorm of aard, maar betreft de overeenkomst tussen twee of meer verhoudingen. Een voorbeeld kan dit wellicht verduidelijken. In het concrete denken kunnen we niet beweren dat een appel gelijk is aan een peer. Niet alleen verschillen zij in vorm, maar ook hun aard verschilt. In het concrete denken blijven deze twee fenomenen, de appel en de peer, apart staan.
In het analoge denken echter kunnen we zeggen dat de relatie van de appel met de appelboom dezelfde is als de relatie van de peer met de perenboom. Dus:

 

appel : appelboom  =  peer : perenboom

 

Het = teken in de analoge relatie slaat op de verhoudingen die aan weerszijden van dit teken zijn beschreven.

 

Het causale verband

In het (gebruikelijke) causale denken richten we ons op een andersoortige relatie dan in het analoge denken. In het causale denken is er weliswaar ook sprake van een relatie tussen twee fenomenen, maar dan niet in de zin van gelijkgeaardheid of overeenkomst in hun verhouding, maar als gevolg, als afhankelijkheid.

Wanneer ik bijvoorbeeld hier aan een knopje draai gaat elders het licht aan. Tussen deze beide fenomenen bevindt zich een derde factor, een veroorzaker. Deze factor verandert de toestand van het ene fenomeen (het lichtknopje) waardoor ook in het andere fenomeen (de gloeilamp) een verandering optreedt. Daarmee speelt in het causale verband ook de tijdspanne mee die tussen de verandering ligt en het daaropvolgend effect. Het causale verband wordt getoetst en bewezen door de waarnemingen vele malen te herhalen en zo de toevalsfactor zo klein mogelijk te maken. De praktijk toont zo de geldigheid van het causale verband aan.

 

Een misverstand

Abusievelijk wordt astrologie vaak bezien binnen het kader van dit causale denken: De invloeden die van de sterren zouden komen krijgen daarin de rol toebedeeld van veroorzakers van gebeurtenissen hier op aarde; alsof wij met touwtjes aan de sterren vast zouden zitten..... In de speurtocht op deze site is hiervan tot nu toe niets gebleken, in tegendeel: binnen de Zodiakgestoelde astrologie blijkt een dergelijke invloed ondenkbaar en daarom uitgesloten (1.3)

 

Vrije wil

Voor het benaderen van astrologie kan het causale denken ons dus alleen maar op dwaalwegen voeren. In de gesprekken die ik over het bestaansrecht van de astrologie meemaakte was het besef omtrent de onmogelijkheid in deze wel eens onvoldoende wakker. Zodoende leverden die gesprekken (bijvoorbeeld over "astrologie en vrije wil") vrijwel niets op, terwijl dat wellicht ook anders had gekund (1.0.2).

 

Abstraheren en wetmatige verbanden

Een grote verdienste van het analoge verband is de potentiële uitdrukkingskracht ervan: In een enkele vergelijking kan immers een hele categorie van verschijnselen worden samengevat. Zo wordt in de relatie van de appel tot zijn boom niet op één enkele boom gedoeld, maar op alle planten met hun vruchten. De analoge vergelijking toont dus een categorie van relaties. Een mooi voorbeeld daarvan vinden we in de wet van Pythagoras, die betrokken is uit de analoge verhoudingen van de lijnstukken binnen een rechthoekige driehoek. Op grond van het analoge verband tussen de functies van de lijnstukken der gelijkvormige rechthoekige driehoeken binnen een grotere omvattende driehoek stelde Pythagoras (via een middelevenredige) zijn formule

a ² + b ² = c ²

op, waarmee de lengte van de driehoekszijden in elke rechthoekige driehoek wordt bepaald. Middels deze formule wordt het analoge verband doorgevoerd naar de fysieke feitelijke verschijningsvorm. (3.1.1)

In tegenstelling tot het causale verband hoeft deze relatie nu niet meer te worden getoetst, maar kan als een voor-alle-gevallen-vaststaand-wetmatig-verband worden toegepast.

 

Verschillende werkelijkheidsniveau's

Dit is een opmerkelijke wending! Laten we dit nog eens nalopen:

Het analoge denken baseert zich op onderling gerelateerde verhoudingen. Zoals gezegd, worden de fenomenen hierin bezien naar hun functie binnen het onderhavige verband. Blijkbaar kan dit verband onder bepaalde voorwaarden (3.1.1) worden omgezet en overgedragen naar het fysieke vlak; daar heeft het dan de verschijningsvorm van een wetmatig verband dat praktisch kan worden toegepast.

 

Met deze doorvoering van analoge naar wetmatige relaties kunnen zo verschillende niveau's van de werkelijkheid in elkaar worden omgezet.

 

Het wetmatige karakter van de formule schraagt de toepassing ervan; bewijsvoering van het resultaat op grond van grote aantallen, inclusief de toetsing door herhaalbaarheid of controlegroepen, zoals dat in het causale denken steeds noodzakelijk is, is hier niet meer nodig. Goed beschouwd is het niet aan de orde.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten