Terug naar eigen werk

 

1.2

bladzijde 2 van 4

 

Afmetingen en grenssterren

De sterrengroepen die de Dierenriem-beelden vormen zijn echter niet allemaal even groot. Er zijn grotere groepen en ook kleinere. Zo is de groep van het sterrenbeeld Ariës beduidend kleiner dan die van het sterrenbeeld Pisces. Hierdoor zien we de Zon in zijn jaarlijkse baan niet langs twaalf gelijke sterrenbeelden trekken van ieder precies 30° groot, maar langs een reeks beelden met een wisselende afmeting.

Daar komt bij dat met de interne bewegingen in de sterrengroepen hun afmetingen voortdurend aan verandering onderhevig zijn: de ene groep wordt kleiner terwijl de andere in de loop der eeuwen juist uitdijt.

Deze interne bewegingen brengen nu met zich mee dat ook de grenssterren van de sterrenbeelden van positie veranderen. Daarmee wordt de onderlinge afbakening van de beelden meer en meer voor interpretatie vatbaar.

Zo zijn er in de loop der jaren in toenemende mate onzekerheden ontstaan die zich met name voordoen bij de plaatsbepaling van de planeten in de sterrenbeelden.

 

Omen-astrologie

In de tijden voorafgaand aan de oude Grieken werden, voor zover wij weten, nog geen volledige horoscoopfiguren opgezet. Wanneer een ster of sterrengroep bij zonsopgang aan de horizon verscheen, dan beschouwden de Babyloniërs en Egyptenaren dit als een voorteken, een goed of slecht Omen. Dit werd betrokken op een algemene tijdgeest. De dagelijks wisselende planeetposities waren daarin van ondergeschikt belang; zij werden buiten beschouwing gelaten. Precieze plaatsbepaling van de planeten werd in de tijd van de Omen-astrologie dan ook niet ontwikkeld.

 

Euktemon en de Zodiak

Bij de oude Grieken echter ontstond grotere aandacht voor het individu. Men raakte geïnteresseerd in de relatie tussen de individuele (plaats- en tijdgebonden) mens en de hem omgevende kosmische constellatie. In tegenstelling tot de Omen astrologie werden de dagelijks wisselende planeetstanden hier juist wel van belang geacht. Om die standen goed in beeld te kunnen brengen had men een ijkbaar referentiekader nodig. Echter de Dierenriem bood daarvoor, zoals gezegd, niet de benodigde vastheid.
Om toch in zo'n referentiekader te kunnen voorzien besloot Euktemon (5e eeuw v.Chr.) om zelf de baan van de Zon rond de Aarde in twaalf gelijke delen te verdelen. Deze zelf opgezette twaalfdeling noemde hij de Ecliptica, of de Aardse Zodiak. De namen en kwaliteiten van ieder van die twaalf delen betrok hij van de sterrenbeelden van de feitelijke stellaire Dierenriem. Beide gordels koppelde hij aan elkaar door in het voorjaar op het moment waarop dag en nacht even lang zijn (de zogenaamde Lente-equinox) in de Ecliptica de positie van de Zon te laten samenvallen met het 0° Ariës punt van de stellaire Dierenriem.

Vanaf 431 v.Chr. gebruikte hij deze indeling voor al zijn metingen. Deze indeling werd later (± 200 n.Chr.) definitief bevestigd door de gezaghebbend Griekse astronoom en wiskundige, Ptolemaeus. Na Ptolemaeus werd de Aardse Zodiak algemeen als referentiekader gebruikt. (*)

 

Een verschil

Aan het eind van zijn leven echter merkte Euktemon al dat bij het begin van de lente, wanneer dag en nacht even lang zijn en de Zon precies in het Lentepunt van zijn Ecliptica stond, deze niet meer exact te zien was tegen de achtergrond van het 0° Ariës punt van de grote Dierenriem. Er bleek een klein verschil te zijn ontstaan tussen het door Euktemon vastgestelde 0° Ariës punt van de Aardse Zodiak en het 0° Ariës punt van de achterliggende Dierenriem. Later werd duidelijk dat dit verschil veroorzaakt werd door de verschillende omlooptijden van de Zon in beide banen. Met de jaren werd de afstand tussen de beide 0° Ariës punten dan ook steeds groter.

 

Het Lentepunt

Het verschil in omlooptijd van beide banen (ongeveer 20 minuten per jaar) resulteerde in het langzaam maar zeker achteruitlopen van het aardse Lentepunt ten opzichte van de grote Dierenriem.

Na meer dan twintig eeuwen heeft ons aardse Lentepunt nu in achterwaartse richting één teken van de grote Dierenriem doorlopen. Het staat nu aan het begin van het teken Pisces, of mogelijk al aan het eind van het teken Aquarius. Dat laatste weten we eigenlijk niet precies, want zoals gezegd: in de grote Dierenriem is de onderlinge grens tussen de tekens onzeker geworden. Feit is echter dat de tekens van de beide Dierenriemen nu aanzienlijk ver uit elkaar liggen.

 

Onbedoeld meetinstrument

Een tweede feit is dat de door Euktemon ingedeelde baan van de Zon om de Aarde een meetinstrument heeft opgeleverd, dat niet op die wijze aan zijn achterliggende referentiekader is gerelateerd als bij de inrichting ervan was bedoeld. Desondanks is men er in de westerse astrologie zonder terughouding mee blijven werken: Het leverde resultaat op. Dit geeft te denken!

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten